Zelfverzekerd communiceren: negen uitspraken die je beter kunt vermijden 

Zelfbewuste communicatie is krachtiger dan zomaar zeggen wat in je opkomt. Het kan je autoriteit versterken of juist ondermijnen. In deze serie over confident communiceren deel ik negen veelvoorkomende uitspraken die vaak verkeerd uitpakken, en hoe je deze kunt ombuigen naar sterkere alternatieven.

Sorry voor de vertraging

Een ochtend vol tegenslag: je verslaapt je, de koffie mislukt, en je huissleutel ligt nergens waar je verwacht. Je stormt de vergaderruimte binnen met een haastige “sorry dat ik te laat ben!” of een iets subtieler “sorry voor de vertraging.”

Met deze excuses vestig je direct de aandacht op je te laat zijn. In plaats daarvan kun de beeldvorming veranderen door te zeggen: “Bedankt voor jullie geduld.” Dit geeft je collega’s een positief gevoel én voorkomt dat je je eigen positie verzwakt.

Ik weet het niet

Een klant stelt je een vraag en je hebt het antwoord niet paraat. Het is menselijk om eerlijk te zeggen dat je het niet weet, maar dit kan onzeker overkomen. Beter is om een proactieve toon aan te slaan: “Ik zoek het voor je uit en kom er bij je op terug.” Zo blijf je betrouwbaar en laat je zien dat je de regie houdt.

Ik denk dat we vastzitten

Tijdens een brainstorm kom je met je team niet verder. Je merkt op: “Ik denk dat we vastzitten.” Hoewel dit misschien de situatie goed samenvat, werpt het ook een blokkade op.

Kies liever een oplossingsgerichte benadering, zoals: “Laten we andere invalshoeken onderzoeken.” Dit motiveert en opent de deur naar nieuwe ideeën. Een korte pauze om de gedachten te verfrissen kan ook wonderen doen.

Ik hoop dat ik het goed doe

Je begint aan een nieuwe taak en voelt de spanning om het perfect te doen. Je zegt tegen je collega: “Ik hoop dat ik het goed doe.” Hoewel eerlijk, wek je hiermee twijfel over je eigen bekwaamheid.

Laat in plaats daarvan zien dat je verantwoordelijkheid neemt: “Ik zorg dat dit goed komt.” Zelfs als het niet in één keer lukt, communiceer je zo zelfverzekerdheid en oplossingsgerichtheid. Dat is waar mensen echt op zitten te wachten. 

Ik wil je niet lastigvallen met nog meer vragen

Je zit tegenover je baas, die zichtbaar druk is. Toch heb je nog een paar vragen. Uit beleefdheid zeg je: “Ik wil je niet lastigvallen, maar…” Ironisch genoeg benadruk je hiermee juist dat je haar stoort.

Een betere aanpak: “Ik bespreek dit graag verder.” Door dit zonder omhaal te zeggen, toon je daadkracht. Als het echt niet uitkomt, zal zij dat zelf aangeven. Dan kun je het gesprek op een later moment voortzetten. 

Het spijt me, maar ik kan niet

Je hebt eindelijk die felbegeerde sportles geboekt, maar er wordt een vergadering gepland op hetzelfde tijdstip. Je besluit de vergadering te verplaatsen en zegt: “Het spijt me, maar ik kan niet.”

Hiermee leg je onnodig de nadruk op een schuldgevoel dat niet nodig is. Kies voor een neutrale formulering: “Dat moment werkt niet voor mij.” Eventueel kun je een alternatief voorstellen. Zo houd je de controle zonder je te verontschuldigen voor iets wat jouw recht is.

Misschien is dit een dom idee, maar

Je hebt een nieuw idee, maar twijfelt of het goed genoeg is. Je zegt voorzichtig: “Misschien is dit een dom idee, maar…” Hiermee diskwalificeer je jezelf voordat anderen dat kunnen doen.

Probeer het zelfverzekerd: “Ik heb een idee waar ik benieuwd naar ben.” Dit geeft je ruimte om je gedachten te delen zonder je kwetsbaar op te stellen.

Ik ben geen expert, maar…

Wanneer je gevraagd wordt om je mening te geven, wil je bescheiden overkomen en begin je met: “Ik ben geen expert, maar…” Hoewel het goed bedoeld is, ondermijn je je eigen expertise hiermee.

Zeg in plaats daarvan: “Op basis van mijn ervaring denk ik dat…” Dit benadrukt wat je wél weet en geeft je woorden meer gewicht. Of je kunt zeggen: mijn advies zou zijn om… dat benadrukt juist je kracht. 

Ik wil je niet onderbreken, maar…

Tijdens een vergadering wil je iets toevoegen, maar je wacht op het juiste moment. Uiteindelijk zeg je: “Ik wil je niet onderbreken, maar…” Door dit te benoemen, benadruk je juist de interruptie.

Een effectievere aanpak is direct te zeggen wat je wilt bijdragen: “Mag ik hier iets aan toevoegen?” Dit toont respect én assertiviteit.

Waarom deze veranderingen werken

Zelfverzekerd communiceren draait om beeldvorming: hoe je woorden overkomen en welke indruk ze achterlaten. Kleine aanpassingen maken een groot verschil. Door de nadruk te leggen op wat je wél weet, wat je kunt doen en hoe je bijdraagt, kom je krachtiger over – zonder belerend of dominant te lijken.

VOND JE DIT EEN LEUK ARTIKEL?

Deel via Facebook
Deel via Linkdin